ECLI:NL:CRVB:2012:BV9419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schulden wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor schulden van circa €12.000 bij verschillende schuldeisers. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees de aanvraag af op grond van artikel 13, eerste lid, onder f, van de WWB en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 49 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat hun aanvraag voor een saneringskrediet bij de Kredietbank Limburg was afgewezen en dat er zeer dringende redenen bestonden vanwege het verlies van een van de twee uitkeringen na een inval van de sociale recherche.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij een saneringskrediet hadden aangevraagd. Daarnaast vormde het verlies van een uitkering geen zeer dringende reden, aangezien de bijstandsuitkering naar gehuwdennorm geacht wordt in de noodzakelijke kosten te voorzien. Ook was een deel van de schulden ontstaan toen zij nog twee uitkeringen ontvingen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.