ECLI:NL:CRVB:2012:BV9420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding openstaande vorderingen bij bijstand wegens recidive inlichtingenverplichting
Appellant ontvangt al geruime tijd bijstand en is in het verleden meerdere keren betrapt op het niet juist opgeven van inkomsten uit arbeid, wat leidde tot terugvorderingsbesluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college vorderde in totaal €25.287,04 terug wegens onjuist opgegeven inkomsten over twee perioden.
Appellant verzocht in 2009 om kwijtschelding van deze openstaande vorderingen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden in de Beleidsregels Wet werk en bijstand, met name vanwege recidive in het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard door het college.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de recidivebepaling niet van toepassing was omdat de terugvorderingsbesluiten op dezelfde datum bekendgemaakt waren en dat er bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college correct had gehandeld volgens de beleidsregels en dat het beroep op bijzondere omstandigheden faalde. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van openstaande vorderingen wegens herhaalde schending van de inlichtingenverplichting wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.