ECLI:NL:CRVB:2012:BV9564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering medewerking re-integratievoorzieningen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg deze eenmalig met €200 verlaagd omdat hij niet meewerkte aan twee re-integratievoorzieningen: een beveiligingsfunctie en een functie bij de formulierenbrigade. De weigering om zijn baard in te korten en vrouwen een hand te geven vormde volgens het college een belemmering voor het vervullen van deze functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de belangen van het college zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van appellant. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn religieuze overtuiging het niet meewerken rechtvaardigt. Ook het beroep op een eerdere uitlating van burgemeester Cohen faalt.
De Raad concludeert dat appellant de verplichtingen uit de WWB niet is nagekomen en dat de verlaging van de bijstand terecht is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met €200 wegens onvoldoende medewerking aan re-integratievoorzieningen wordt bevestigd.