ECLI:NL:CRVB:2012:BV9638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H. Bolt
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een WAO-uitkering aan met toepassing van een verkorte wachttijd, omdat zij meende dat haar arbeidsongeschiktheid was toegenomen sinds intrekking van haar eerdere uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat er geen moment was waarop een toename van arbeidsongeschiktheid, voortkomend uit dezelfde ziekteoorzaak, vier weken onafgebroken bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen aanwijzingen waren voor een toename van haar mictieklachten of rugklachten die tot beperkingen leidden. In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel. De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe medische gegevens had aangevoerd en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts overtuigend aangaf dat er geen toename van beperkingen was.
De Raad oordeelde tevens dat eventuele rugklachten niet voortvloeiden uit dezelfde oorzaak als waarvoor eerder WAO-uitkering was toegekend. Daarom was geen sprake van een toename in de zin van artikel 43a van de WAO. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-aanvraag wegens ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid die vier weken onafgebroken heeft geduurd.