ECLI:NL:CRVB:2012:BV9780
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Wuv-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1925, diende in april 1999 een aanvraag in voor een Wuv-uitkering, die destijds werd afgewezen omdat niet was gebleken dat zij vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan. Na een nieuwe aanvraag in januari 2010 wees verweerder deze opnieuw af en handhaafde dit besluit bij bezwaar. Appellante stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De Raad overwoog dat het verzoek van appellante een herzieningsverzoek betrof, waarbij alleen nieuwe feiten of omstandigheden die bij het eerdere besluit niet bekend waren en die het besluit in een nieuw licht plaatsen, aanleiding kunnen geven tot herziening. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens of omstandigheden naar voren die dit zouden rechtvaardigen. Een later overgelegd rapport bevestigde juist het eerdere standpunt van verweerder.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, gebaseerd op de gelijkstelling van haar broer als vervolgde, werd verworpen omdat individuele verwerking van oorlogservaringen per persoon verschilt en medische beoordelingen niet vergelijkbaar zijn.
De Raad concludeerde dat het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar herzieningsverzoek op grond van de Wuv wordt ongegrond verklaard.