ECLI:NL:CRVB:2012:BW0066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenplicht en geen bijzondere omstandigheden
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend met een terugwerkende ingangsdatum van 1 januari 2008. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant niet heeft gemeld dat hij als economisch actief stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en geen inzicht heeft gegeven in zijn economische activiteiten en inkomsten.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en onderscheid gemaakt in drie perioden: periode 1 (1 januari 2008 tot 18 augustus 2009) waarover al besluitvorming was, periode 2 (19 augustus 2009 tot 11 februari 2010) waarvoor geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, en periode 3 (11 februari 2010 tot 22 maart 2010) waarin appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden.
Appellant betwist alleen de oordelen over periode 2 en 3, maar slaagt er niet in bijzondere omstandigheden aan te tonen of zijn schending van de inlichtingenplicht te weerleggen. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht.