ECLI:NL:CRVB:2012:BW0072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf buitenland langer dan vier weken zonder ontheffing
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding dat zij in het buitenland verbleef, stelde de gemeente Rotterdam een onderzoek in. Dit leidde tot vier besluiten om de bijstand over bepaalde perioden in te trekken en terug te vorderen, omdat appellante langer dan de toegestane vier weken buiten Nederland verbleef zonder ontheffing van arbeidsverplichtingen.
Het college verklaarde het bezwaar van appellante tegen de intrekking over drie perioden ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat zij mocht uitgaan van een ontheffing tot dertien weken verblijf buiten Nederland, gebaseerd op een besluit uit 2005 en het uitblijven van een nieuwe beoordeling.
De Centrale Raad oordeelde dat appellante niet ontheven was van haar arbeidsverplichtingen in de perioden in geding en dat zij langer dan vier weken buiten Nederland verbleef zonder geldige ontheffing. Tevens stelde de Raad dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen waren die bij appellante gerechtvaardigde verwachtingen konden wekken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.