ECLI:NL:CRVB:2012:BW0076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens eigen ontslag zonder matiging
Appellant nam tijdens zijn proeftijd bij Randstad Bewaking zelf ontslag vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder het willen bijstaan van een ziek familielid. Na afwijzing van zijn WW-uitkering vroeg hij een bijstandsuitkering aan. Het college kende hem deze toe, maar verlaagde de uitkering voor één maand met 100%, omdat appellant door het eigen ontslag onvoldoende verantwoordelijkheid toonde voor zijn bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen andere keuze had dan ontslag te nemen en dat het college een mildere maatregel had moeten toepassen. De Raad onderzocht of het college zijn matigingsbevoegdheid had moeten gebruiken.
De Raad oordeelde dat appellant tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn ontslag en onvoldoende objectieve onderbouwing leverde. Tevens had hij het advies van het CWI om contact met het UWV op te nemen niet opgevolgd. Daarom was geen sprake van een situatie waarin matiging noodzakelijk was. De Raad bevestigde het besluit tot verlaging van de bijstand.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens op 27 maart 2012, waarbij de griffier J.M. Tason Avila aanwezig was.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% gedurende één maand wordt bevestigd omdat appellant geen matiging kon afdwingen.