ECLI:NL:CRVB:2012:BW0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering zelfstandige en omzetting leenbijstand in bijstand om niet
Appellant, een zelfstandige, ontving op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) een renteloze lening als bijstand voor de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan over de periode van 6 januari 2006 tot en met 5 januari 2007. Na onderzoek door het Zelfstandigen Loket Flevoland besloot het college van burgemeester en wethouders van Almere bij besluit van 20 december 2007 de verleende bijstand met terugwerkende kracht te herzien tot een uitkering voor een gevestigde zelfstandige, omdat het bedrijf van appellant levensvatbaar bleek.
Het college zette een bedrag van €15.955,15 om in bijstand 'om niet' en vorderde het restantbedrag niet terug. Appellant stelde dat hij vooraf had moeten worden gehoord over deze omzetting en dat hij gevrijwaard had moeten blijven van nadelige fiscale gevolgen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het Bbz 2004 geen grondslag biedt voor een hoorplicht voorafgaande aan het primaire besluit en dat er geen situatie was die een hoorplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht vereiste. Ook stelde de Raad dat het Bbz 2004 geen basis biedt voor vrijwaring van fiscale consequenties, hoewel het college had gewezen op mogelijkheden om deze te vermijden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstandsuitkering en de omzetting van leenbijstand in bijstand om niet zonder hoorplicht en zonder fiscale vrijwaring.