ECLI:NL:CRVB:2012:BW0102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid tot arbeid en beëindiging ZW-uitkering ondanks ziekte van Menière
Appellant, werkzaam als draadbewerker, meldde zich op 1 november 2009 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV besloot op 28 september 2010 dat appellant niet langer arbeidsongeschikt was en beëindigde per 4 oktober 2010 zijn ziekengeld. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank Almelo.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV een onjuiste maatstaf voor zijn arbeid hanteerde en dat zijn klachten, waaronder duizeligheid door de ziekte van Menière, onvoldoende werden meegewogen. Nieuwe medische gegevens werden ingebracht ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitging van de werkzaamheden van de draadbewerker tot 7 mm als maatstaf voor 'zijn arbeid'. De bezwaarverzekeringsarts had appellant medisch onderzocht en concludeerde dat hij ondanks zijn klachten in staat was zijn arbeid te verrichten. De Raad hechtte weinig waarde aan het nieuwe rapport van de door appellant ingeschakelde arts, omdat deze appellant niet zelf had onderzocht.
De Raad benadrukte dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie per 4 oktober 2010 en dat latere verslechteringen niet relevant zijn. Gezien de aard van de werkzaamheden en de klachten achtte de Raad het besluit van het UWV zorgvuldig en rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 4 oktober 2010 bevestigd.