ECLI:NL:CRVB:2012:BW0125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 2002 bijstand op grond van de WWB. Na een politie-inval in 2005 waarbij waardevolle voorwerpen werden gevonden, startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Het college concludeerde dat appellant beschikte over een vermogen boven de vermogensgrens en inkomsten uit criminele activiteiten, zonder dit te melden.
Het college trok de bijstand in per 1 februari 2005 en handhaafde dit besluit na bezwaar en beroep. Daarnaast trok het college bijstand terug over de periode van 1 augustus 2002 tot 1 februari 2005 vanwege het bezit van een speedboot die het vermogen overschreed. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de speedboot op naam van appellant stond en dat de waardebepaling van circa €8.666,66 door het college niet onjuist is, mede omdat appellant geen objectief tegenbewijs leverde. Hierdoor was het vermogen gedurende de gehele periode hoger dan de vermogensgrens, wat het recht op bijstand uitsloot. Tevens was appellant in strijd met zijn inlichtingenplicht door het bezit niet te melden, waardoor het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand bevestigd.