ECLI:NL:CRVB:2012:BW0130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor functies bij weigering Ziektewet-uitkering
Appellante heeft zich ziek gemeld met terugwerkende kracht en ontving aanvankelijk een werkloosheidsuitkering. Het UWV heeft haar ziekmelding niet in behandeling genomen en geweigerd haar ziekengeld toe te kennen, omdat zij niet ongeschikt werd geacht voor de functies die in haar WIA-beoordeling waren vastgesteld.
De rechtbank heeft het beroep deels gegrond verklaard voor de ziekmelding per 17 maart 2009, maar het beroep tegen de weigering vanaf 30 december 2009 ongegrond verklaard. In hoger beroep stelt appellante dat haar beperkingen zijn toegenomen en dat zij daardoor niet in staat is de voorgehouden functies te verrichten. Zij overlegt aanvullende medische informatie en wijst op een discrepantie tussen haar vrijstelling van sollicitatieplicht in het kader van de WW en haar geschiktheid in de Ziektewet.
De Raad overweegt dat de beoordeling van ongeschiktheid in de Ziektewet uitgaat van de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid, met uitzondering van gevallen waarin de WIA-beoordeling maatgevend is. De Raad oordeelt dat het UWV-onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, mede op basis van medische rapportages en dat de aanvullende medische informatie geen ander licht werpt op haar gezondheidstoestand. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewet-uitkering per 30 december 2009 bevestigd.