ECLI:NL:CRVB:2012:BW0198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek met rug-, arm- en psychische klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna haar WIA-uitkering werd geweigerd en haar ZW-uitkering beëindigd.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellante ongegrond, waarbij zij de zorgvuldigheid van het onderzoek en de deugdelijke medische en arbeidskundige grondslagen onderschreven. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat zij meer klachten had, ondersteund door medische verklaringen van haar behandelaars.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen de beperkingen juist weergeven en dat de geduide functies geschikt zijn voor appellante. De Raad verwierp de stellingen over toegenomen beperkingen en onderschatting van psychische klachten, mede omdat er aanwijzingen waren voor onderpresteren en aggravatie.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en het bestreden besluit tot weigering van de WIA-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering na zorgvuldig onderzoek.