ECLI:NL:CRVB:2012:BW0303
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag en voorzieningen Wubo na overlijden burger-oorlogsslachtoffer
Appellante was gehuwd met een erkend burger-oorlogsslachtoffer dat in 2011 overleed. Aan hem was een toeslag en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) toegekend. Na zijn overlijden besloot de Pensioen- en Uitkeringsraad de toeslag te beëindigen en de voorzieningen tijdelijk voort te zetten.
Appellante voerde aan dat zij haar echtgenoot had verzorgd en leed onder zijn ziekte, maar de Raad overweegt dat de toeslag op grond van artikel 19 Wubo Pro eindigt bij overlijden van het slachtoffer. De voorzieningen kunnen slechts tijdelijk worden voortgezet conform artikel 33a lid 2 Wubo en het Besluit vervallen causaliteit en voortzetting voorzieningen.
De Raad concludeert dat appellante aanspraak kan maken op voortzetting van de voorzieningen voor drie maanden respectievelijk een jaar, maar dat het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de toeslag en tijdelijke voortzetting van voorzieningen ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen beëindiging van de toeslag en voorzieningen Wubo is ongegrond verklaard.