ECLI:NL:CRVB:2012:BW0463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt niet-verschoonbare termijnoverschrijding en wijst proceskosten toe
Appellante verzocht studiefinanciering, welke door de Minister werd afgewezen bij besluit van 13 maart 2009. Haar bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat niet was gebleken dat appellante kosten had gemaakt.
In hoger beroep betoogde appellante dat de termijnoverschrijding wel verschoonbaar was en dat de rechtbank onterecht het besluit van 14 april 2010 niet in de procedure had betrokken. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding terecht niet verschoonbaar werd geacht, maar dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken, aangezien appellante zich had laten bijstaan door een beroepsmatig advocaat.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de proceskosten niet toekende, bevestigde de rest van de uitspraak en veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten van appellante voor zowel de procedure bij de rechtbank als het hoger beroep, alsmede het griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de niet-verschoonbare termijnoverschrijding en veroordeelt de Minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.