ECLI:NL:CRVB:2012:BW0480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering éénoudertoeslag wegens ontbreken duurzame scheiding
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister tot intrekking en terugvordering van de éénoudertoeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante niet kon aantonen dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. De rechtbank baseerde zich op een brief van appellante waarin zij aangaf haar echtgenoot naar Nederland te willen laten overkomen, wat de duurzame scheiding ontkrachtte.
In hoger beroep stelde appellante dat de relatie met haar echtgenoot verslechterd was en onder druk stond, maar zij leverde geen bewijs hiervoor. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank geen onjuist oordeel had gegeven en bevestigde het vonnis. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak onderstreept het belang van het aantonen van een duurzame en gewilde scheiding voor het recht op éénoudertoeslag en bevestigt dat intenties om de echtelijke relatie te herstellen het recht op toeslag kunnen uitsluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de éénoudertoeslag wordt bevestigd.