ECLI:NL:CRVB:2012:BW0484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- G.J. van Gendt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde WIA-uitkering door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van een teveel betaalde WIA-uitkering door het UWV over de periode van 8 maart 2006 tot 1 mei 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV conform artikel 77, eerste lid, Wet WIA verplicht is om teveel betaalde uitkeringen terug te vorderen.
Appellant voerde aan dat hij pas op 20 januari 2010 op de hoogte was van het WAO-vervolgdagloon en dat de terugvordering daarom lager had moeten uitvallen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft gehandeld en dat het voor appellant redelijkerwijs duidelijk was dat hij per 20 april 2009 teveel ontving.
Ondanks de moeizame communicatie en de rommelige besluitvorming door het UWV, zijn er geen dringende redenen om af te wijken van de terugvordering. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de teveel betaalde WIA-uitkering door het UWV.