ECLI:NL:CRVB:2012:BW0518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en dagloon IVA-uitkering in hoger beroep
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van de ingangsdatum van haar IVA-uitkering en de hoogte van het dagloon waarop deze was gebaseerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de IVA-uitkering niet al vanaf 29 mei 2009 had toegekend, omdat uit medisch onderzoek bleek dat er toen nog een redelijke kans op herstel bestond.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en stelde dat zij al vanaf 29 mei 2009 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, zodat de IVA-uitkering toen had moeten ingaan. De Raad heeft overwogen dat de verzekeringsartsen een concrete en individuele onderbouwing hadden gegeven dat herstel nog mogelijk was, mede op basis van medische rapporten waaronder dat van een revalidatiearts.
De Raad bevestigde daarom de ingangsdatum van 21 januari 2010, maar vernietigde de besluiten en de uitspraak voor wat betreft de hoogte van het dagloon, nu het UWV dit later bij besluit had vastgesteld. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt bevestigd op 21 januari 2010 en de besluiten over het dagloon worden vernietigd met veroordeling van het UWV in de proceskosten.