ECLI:NL:CRVB:2012:BW0957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoefte
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag om algemene bijstand ingediend, waarbij het college de bijstand steeds heeft geweigerd. De centrale vraag betrof of appellant aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende duidelijkheid gaf over de financiële voordelen uit zijn vermeende betrokkenheid bij hennepteelt en handel. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij geen inkomsten uit deze activiteiten heeft ontvangen en dat bewijs van niet-gedane werkzaamheden niet redelijk van hem kan worden verlangd.
De Raad overwoog dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in de financiële voordelen of de besteding daarvan, waardoor het college terecht de bijstand heeft geweigerd. Tevens is vastgesteld dat appellant geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden heeft aangetoond die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het college om appellant bijstand te verlenen wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevende omstandigheden.