ECLI:NL:CRVB:2012:BW1071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij herziening AOW-pensioen na huwelijk
Appellant trad op 25 november 2009 in het huwelijk, waarna de Sociale verzekeringsbank (Svb) het AOW-pensioen herzag van een alleenstaande naar een gehuwde. Appellant betwistte dit en stelde dat hij en zijn echtgenote niet samenwonen en duurzaam gescheiden leven, hetgeen een terugkeer naar het pensioen voor alleenstaanden zou rechtvaardigen.
De Svb wees het verzoek af omdat appellant en zijn echtgenote volgens het ingevulde formulier en de hoorzitting geen duurzaam gescheiden leven leiden. Hoewel zij op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd en zich als LAT-relatie presenteren, onderhouden zij regelmatig contact, maken gezamenlijke uitstapjes en hebben sociale contacten samen. Financiële verstrengeling ontbreekt, maar dit is onvoldoende om duurzaam gescheiden leven aan te nemen.
Appellant voerde subsidiair een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat hem telefonisch en per mail was verzekerd dat hij zijn pensioen voor alleenstaanden zou behouden. De Raad verwierp dit beroep wegens gebrek aan feitelijke grondslag en tegenstrijdige mailinformatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en de Svb dat appellant geen recht heeft op het pensioen voor alleenstaanden vanaf 4 januari 2010. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen naar gehuwde blijft gehandhaafd.