ECLI:NL:CRVB:2004:AO6231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Duurzaam gescheiden leven na huwelijk in bijzondere situatie volgens AOW
Gedaagde en haar echtgenoot trouwden in 1995, maar bleven zelfstandig wonen en leefden duurzaam gescheiden. De echtgenoot wilde met het huwelijk een financiële regeling treffen vanwege zijn slechte gezondheid en naderend overlijden. Gedaagde verzorgde hem enkele keren per week, maar zij leefden geen gezamenlijke huishouding.
Appellant, de Sociale verzekeringsbank, kende gedaagde een ouderdomspensioen voor gehuwden toe, maar gedaagde gaf aan ongehuwd te zijn. De rechtbank en de Raad onderzochten of sprake was van duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in de AOW. Uit de feiten bleek dat de echtgenoten geen intentie hadden een gezamenlijke huishouding te voeren en dat de verzorging door gedaagde een vriendendienst was.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vanaf het huwelijk bestond in deze bijzondere situatie, omdat de echtgenoten hun eigen leven leidden alsof zij niet gehuwd waren. De eerdere toekenning van een pensioen voor gehuwden werd daarom vernietigd en appellant werd veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat gedaagde en haar echtgenoot duurzaam gescheiden leefden en veroordeelt appellant tot een nieuwe beslissing op bezwaar en betaling van proceskosten.