ECLI:NL:CRVB:2012:BW1522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering op basis van toereikende medische beoordeling
Appellante ontving sinds 2005 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een revalidatiearts werd vastgesteld dat zij lijdt aan een chronisch aspecifiek pijnsyndroom, waaronder fibromyalgie en prikkelbaar darmsyndroom, met enige fysieke beperkingen maar zonder energetische tekorten of inflammatoire aandoeningen. De arbeidsdeskundige achtte haar geschikt voor functies die zij ongeveer 40 uur per week kan verrichten.
Het UWV trok de uitkering per 12 februari 2010 in, waarop appellante bezwaar maakte met aanvullende medische informatie van haar behandelend reumatoloog en fysio-/manueeltherapeut. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden de eerdere conclusies en verklaarden dat appellante geen urenbeperking behoeft en geschikt is voor de geselecteerde functies.
Appellante stelde dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om benoeming van een deskundige reumatoloog of revalidatiearts. De Raad oordeelde echter dat de medische grondslag voldoende was en dat de informatie van de fysio-/manueeltherapeut onvoldoende was om het oordeel te wijzigen. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellante terecht geschikt werd geacht voor de functies en bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
De Raad zag geen gronden voor het toepassen van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door rechter H.G. Rottier op 11 april 2012.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beoordeling toereikend is en appellante geschikt wordt geacht voor de geselecteerde functies.