ECLI:NL:CRVB:2012:BW1731
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.C.P. Venema
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning periodieke uitkering op grond van de Wubo wegens onvoldoende bewijs calamiteit
Appellant, geboren in 1929, verzocht om een herbeoordeling van zijn aanspraken op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel appellant erkend werd als oorlogsgetroffene wegens internering in diverse kampen, werd zijn aanvraag voor een periodieke uitkering en toeslag geweigerd omdat de klachten niet aan oorlogsgeweld konden worden toegeschreven.
De Raad stelde in een eerdere uitspraak vast dat verweerder onvoldoende aandacht had besteed aan de door appellant genoemde gebeurtenis waarbij vrienden van appellant zouden zijn doodgeschoten door pemoeda’s. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze stelling.
Bij het bestreden besluit verklaarde verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond, omdat nader onderzoek geen bevestiging gaf van de calamiteit. De omstandigheden waaronder de gebeurtenis zou hebben plaatsgevonden waren onvoldoende duidelijk en medisch advies ondersteunde dat de post-traumatische stressstoornis niet door Wubo-erkende gebeurtenissen was veroorzaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en voorbereid is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke uitkering op grond van de Wubo blijft in stand.