ECLI:NL:CRVB:2012:BW1749

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6024 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na bezwaar en beroep

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering per 21 april 2010. De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft dit bezwaar ongegrond verklaard en het beroep van appellante afgewezen. In hoger beroep heeft appellante zich beroepen op dezelfde gronden als in bezwaar en beroep, waaronder het verwijt dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte geen informatie heeft opgevraagd bij de behandelende artsen en dat haar beperkingen zijn onderschat.

De rechtbank heeft de ingediende beroepsgronden, waaronder verklaringen van haar sociaal psychiatrisch verpleegkundige en fysiotherapeut, zorgvuldig beoordeeld en geoordeeld dat deze onvoldoende waren om het besluit te wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en ziet geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen.

Appellante is niet verschenen bij de zitting. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en gebaseerd op de overwegingen van de rechtbank.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

11/6024 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
P R O C E S-V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 23 maart 2012
Zitting heeft: mr. J.P.M. Zeijen
Griffier: H.L. Schoor
Uitspraak op het hoger beroep van [appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 augustus 2011, 11/91 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Ter zitting is verschenen:
Het Uwv, vertegenwoordigd door mr. M.W.A. Blind.
Appellante is niet verschenen.
De Centrale Raad van Beroep,
rechtdoende:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen de beslissing op bezwaar van 2 december 2010. Bij dit besluit heeft het Uwv zijn besluit dat voor appellante per 21 april 2010 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, gehandhaafd.
Appellante heeft in hoger beroep verwezen naar de in bezwaar en in beroep aangevoerde gronden. Deze betroffen de stelling dat door de (bezwaarverzekeringsarts) ten onrechte geen informatie is opgevraagd bij de behandelende artsen en voorts dat de beperkingen van appellante zijn onderschat door de (bezwaar)verzekeringsarts. In eerste aanleg heeft zij ter onderbouwing van de gronden informatie ingediend van haar behandelende sociaal psychiatrisch verpleegkundige H. Tigchelaar en van haar fysiotherapeut P.M. Andringa. In hoger beroep heeft appellante geen andere gronden ingediend. Evenmin heeft appellante deze gronden anders onderbouwd dan zij in bezwaar en beroep heeft gedaan.
De rechtbank heeft de bij haar ingediende beroepsgronden op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank dit met juistheid gedaan. De Raad stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De Raad ziet, evenmin als de rechtbank, aanleiding tot benoeming van een onafhankelijk deskundige.
Het hoger beroep treft mitsdien geen doel.
Waarvan proces-verbaal.
(get.) J.P.M. Zeijen
(get.) H.L. Schoor
IvR