ECLI:NL:CRVB:2012:BW1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- K.E. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als chauffeur personenvervoer, ontving een Ziektewet-uitkering wegens rug- en schouderklachten. Na medisch onderzoek op 3 november 2009 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant weer geschikt was voor zijn eigen werk, waarna het UWV de uitkering per 4 november 2009 introk.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten waren verergerd en dat de medische rapportages van het UWV onvoldoende rekening hielden met zijn situatie, met name de toename van klachten in de wintermaanden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de bevindingen en conclusies voldoende gemotiveerd waren. Appellant had zijn standpunt onvoldoende onderbouwd met nieuwe medische gegevens. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn eigen arbeid.
De intrekking van de Ziektewet-uitkering is daarmee rechtmatig en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering omdat appellant terecht niet langer ongeschikt is voor zijn eigen arbeid.