ECLI:NL:CRVB:2012:BW1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig kok, meldde zich ziek per 17 februari 2007. Het UWV besloot op 29 januari 2009 dat appellant geen WIA-uitkering ontvangt omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het UWV en later door de rechtbank Zutphen op 17 maart 2010. De rechtbank vond het medische onderzoek zorgvuldig en achtte appellant geschikt voor de geduide functies.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berustte en dat zijn schouderklachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad benoemde een onafhankelijke orthopedisch chirurg, dr. Van Mourik, die een uitgebreid onderzoek verrichtte, inclusief röntgenfoto's en medische dossiers. De deskundige concludeerde dat appellant een schouderprobleem heeft, maar dat de geduide functies passend zijn binnen zijn belastbaarheid.
De Raad volgt in lijn met vaste rechtspraak het oordeel van de onafhankelijke deskundige, omdat geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven hiervan af te wijken. Appellant heeft geen aanvullende medische informatie overgelegd die tot een andere conclusie leidt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.