ECLI:NL:CRVB:2012:BW2871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand als geldlening versus gift bij schulden
Appellant, met Afghaanse nationaliteit, ontving algemene bijstand vanaf 2002, maar deze werd ingetrokken per 1 juli 2006 wegens het ontbreken van een verblijfstitel. Na het verkrijgen van een verblijfsvergunning werd de bijstand met terugwerkende kracht toegekend vanaf 15 juni 2007. Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor het aflossen van schulden, welke door het college werd toegekend in de vorm van geldleningen.
Appellant voerde aan dat de schulden deels zijn ontstaan in perioden zonder inkomen en dat hij daarom bijzondere bijstand als gift zou moeten ontvangen. Hij verwees naar beleidsregels die in bijzondere omstandigheden een uitzondering op de hoofdregel van verstrekking als geldlening toestaan.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant niet zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering gerechtvaardigd is. De schulden die ontstonden tijdens de periode zonder verblijfstitel vallen buiten de kring van rechthebbenden. Ook de terugwerkende kracht van de bijstand wordt niet als bijzonder aangemerkt. Omdat appellant niet in een schuldsaneringstraject zit, geldt het beleid van het college dat bijzondere bijstand voor schulden als geldlening wordt verstrekt. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijzondere bijstand wordt terecht als geldlening toegekend en niet als gift.