ECLI:NL:CRVB:2012:BW3253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met ex-echtgenote
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo trok de bijstand met ingang van 1 oktober 2009 in, omdat appellant vanaf die datum een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-echtgenote, wiens inkomen hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm.
Appellant voerde aan dat hij voorafgaand aan het samenwonen contact had gehad met zijn contactpersoon bij het college, die hem niet volledig had geïnformeerd over de gevolgen voor zijn uitkering. Hij stelde dat zijn ex-echtgenote bij hem was ingetrokken vanwege zijn medische problemen en dat het college onzorgvuldig had gehandeld.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf 1 oktober 2009 samenwoonde met zijn ex-echtgenote die geen eigen woning meer had, en dat dit gevolgen kon hebben voor de bijstand. Er was geen sprake van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat het samenwonen geen gevolgen zou hebben. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Almelo die het beroep van appellant ongegrond had verklaard en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met de ex-echtgenote wordt bevestigd.