ECLI:NL:CRVB:2012:BW3425

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6120 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65% door het UWV. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren. Appellant heeft in hoger beroep zijn bezwaren herhaald, maar geen nieuwe gronden aangevoerd.

De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapportages voldoende gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn, mede ondersteund door overleg met een bezwaarverzekeringsarts. Er zijn voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen om de indeling in de klasse van 55-65% te rechtvaardigen.

Gezien deze overwegingen heeft het hoger beroep geen doel en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 april 2012.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

11/6120 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 september 2011, 11/1046 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 20 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E. Stap, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Appellant was vertegenwoordigd door mr. Stap. Voor het Uwv is verschenen mr. A.H. Knigge.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 2 november 2010 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant, na voltooiing van een wachttijd van vier weken, met ingang van 17 mei 2010 herzien en nader berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%.
2. Bij beslissing op bezwaar van 30 maart 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
3.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
3.2. Appellant heeft ter zitting bij de rechtbank aangegeven dat hij zich kan vinden in de beperkingen zoals die in de Functionele Mogelijkheden Lijst zijn weergegeven. De rechtbank zag zich vervolgens gesteld voor de vraag of de functies terecht aan de schatting ten grondslag zijn gelegd.
De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat er bij de functies enkele signaleringen zijn die aangeven dat op bepaalde onderdelen een mogelijke overschrijding van de belastbaarheid is, maar dat deze signaleringen door de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend zijn weerlegd. De rechtbank achtte hierbij mede van belang dat de bezwaararbeidsdeskundige overleg gepleegd heeft met een bezwaarverzekeringsarts.
4. In hoger beroep heeft appellant zijn stelling dat hij het niet eens is met de mate van arbeidsongeschiktheid, herhaald.
5.1. De Raad overweegt als volgt.
5.2. Met hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies passend zijn. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden naar voren gebracht of aangegeven waarom de rechtbank - naar zijn mening - tot een ander oordeel had moeten komen. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapportages afdoende heeft gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Er zijn voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen om indeling in de klasse van 55-65% op te baseren.
5.3. Gelet op hetgeen is overwogen in 5.2 treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2012.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) N.S.A. El Hana.
TM