ECLI:NL:CRVB:2012:BW3758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake wijziging inkomenskorting bijstand na beëindiging ZW-uitkering
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na beëindiging van de Ziektewet-uitkering van [A.] per 7 december 2009 wijzigde de commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda de inkomenskorting op de bijstand van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging en stelde dat de ZW-uitkering reeds in november 2009 was beëindigd. De commissie verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak.
In hoger beroep betwist appellant niet langer de beëindigingsdatum van de ZW-uitkering, maar voert aan dat de commissie ten onrechte de WW-uitkering over maart en april 2010 volledig heeft gekort, terwijl [A.] vanaf 6 maart 2010 geen recht meer had op WW. Tevens verwijt appellant onzorgvuldigheid omdat het dossier in de bezwaarfase niet aan hem of zijn gemachtigde is toegezonden.
De Raad overweegt dat artikel 6:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen verplichting bevat voor het bestuursorgaan om in de bezwaarfase stukken toe te zenden die zijn geproduceerd tussen aanvraag en primair besluit. Het niet gebruiken van inzage- of hoorzittingsmogelijkheden is voor rekening en risico van appellant. De Raad acht het terecht dat de rechtbank niet inhoudelijk oordeelde over de inhoudingen in maart en april 2010, omdat deze niet zien op het bestreden besluit.
Gelet hierop slaagt het hoger beroep niet en bevestigt de Raad de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.