ECLI:NL:CRVB:2012:BW3811

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3722 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing op bezwaar

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage. Tijdens de procedure heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarop appellant zich heeft kunnen verenigen. Hierdoor is het inhoudelijke geschil tussen partijen komen te vervallen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en uiteindelijk besloten het onderzoek achterwege te laten. Omdat er geen procesbelang meer bestaat, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant, die bestaan uit kosten voor rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep.

De totale proceskostenvergoeding bedraagt €2.622,- en het Uwv dient het betaalde griffierecht van €152,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun en uitgesproken op 25 april 2012.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een nieuwe beslissing op bezwaar.

Uitspraak

10/3722 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 juni 2010, 10/1206 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant], te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 25 april 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. Y. Bouyazdouzen hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2012. Appellant is verschenen bijgestaan door mr. Y. Bouyazdouzen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
Het Uwv heeft op 28 februari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 14 maart 2012 is namens appellant verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
1. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 februari 2012 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 februari 2012 kan verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.
2. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
3. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 874,--,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 2.622,--.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.622,--;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
IvR