ECLI:NL:CRVB:2012:BW3816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk als hulpkok
Appellant was werkzaam als (hulp)kok op basis van een tijdelijk contract en meldde zich ziek vanwege recidiverende lage rugklachten. Het UWV besloot per 1 februari 2011 het recht op ziekengeld te beëindigen, omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten en dat het medisch onderzoek onvoldoende was. De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk verrichte arbeid, hier het werk als (hulp)kok.
De Raad oordeelde dat de omschrijving van het werk in het dossier voldoende was en dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was. Medische gegevens toonden geen ernstige afwijkingen die de klachten konden verklaren. Appellant had aangepaste werkzaamheden verricht en was geschikt bevonden voor zijn eigen werk.
De aanvullende medische adviezen in hoger beroep brachten geen nieuw inzicht. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.