ECLI:NL:CRVB:2012:BW3887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering door het UWV per 14 februari 2011. Het UWV baseerde dit op het oordeel van een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts, die concludeerden dat zij niet langer arbeidsongeschikt was voor haar laatst verrichte werk als schoonmaakster.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat de medische situatie van appellante onjuist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten haar nog steeds belemmerden om haar arbeid te verrichten. De Raad stelde vast dat het UWV voldoende inzicht had in de aard en belasting van haar werk en dat de medische rapporten, inclusief informatie van haar behandelend psycholoog, de conclusie ondersteunden dat zij haar werk kon hervatten.
Appellante overlegde geen aanvullende medische stukken die haar standpunt konden onderbouwen. De Raad zag dan ook geen reden voor nader medisch onderzoek en bevestigde de eerdere uitspraak. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 14 februari 2011 wordt bevestigd.