ECLI:NL:CRVB:2012:BW3889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was sinds 1987 arbeidsongeschikt verklaard met een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, maar dit is in 2009 herzien naar een lagere mate van 15 tot 25%. Het UWV achtte haar geschikt voor bepaalde functies ondanks beperkingen. In 2010 meldde appellante zich ziek wegens psychische klachten, maar na medisch onderzoek werd zij per 4 oktober 2010 geschikt verklaard voor arbeid. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld.
Appellante voerde aan fysiek en mentaal niet in staat te zijn te werken en dat zij financieel achteruit zou gaan, maar ondersteunde dit niet met nieuwe medische gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling dat appellante geschikt was voor de functies die haar waren voorgehouden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk verrichte arbeid of passende arbeid zoals vastgesteld in de WAO-beoordeling. Omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar beperkingen waren toegenomen, bleef zij geschikt voor de betreffende functies en had zij geen recht meer op ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 4 oktober 2010.