ECLI:NL:CRVB:2012:BW4041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als taxichauffeur gehandicaptenvervoer, meldde zich ziek wegens rug-, artrose- en psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij weer geschikt was voor haar werk en beëindigde haar ziekengelduitkering per 3 april 2009. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten werden onderschat en dat zwaardere werkomstandigheden niet werden meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de bevindingen en conclusies van de door het UWV ingeschakelde deskundige voldoende gemotiveerd waren en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
De Raad concludeerde dat appellante niet werd verhinderd haar eigen arbeid te verrichten en dat de door haar ingebrachte rapporten en werkomschrijving geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het bestreden besluit niet onzorgvuldig was gemotiveerd.
De uitspraak werd op 25 april 2012 uitgesproken door voorzitter H.G. Rottier en griffier K.E. Haan.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.