ECLI:NL:CRVB:2012:BW4078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens eigen toedoen baanverlies
Appellant ontving bijstand en trad op 1 juni 2009 in dienst bij een werkgever met een proeftijd van twee maanden. Tijdens deze proeftijd werd de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens meerdere keren te laat komen en andere tekortkomingen. Appellant vroeg opnieuw bijstand aan, waarna het college de uitkering verlaagde omdat appellant door eigen toedoen zijn baan had verloren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het ontslag niet aan zijn eigen schuld te wijten was. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door overmacht te laat kwam, maar de Raad oordeelde dat hij had kunnen voorkomen dat hij te laat kwam door eerder van huis te vertrekken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering wegens eigen toedoen van appellant bij het verlies van zijn baan wordt bevestigd.