ECLI:NL:CRVB:2012:BW4427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht op 10 september 2009 om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde bij besluit van 19 november 2009 vast dat appellant niet arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar op 28 mei 2010 gehandhaafd, waarbij het Uwv concludeerde dat appellant weliswaar beperkingen heeft, maar geschikt is voor bepaalde functies met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch onderzoek geen aanleiding gaf tot twijfel over de belastbaarheid en de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege longklachten niet in staat is 40 uur per week te werken en dat nader onderzoek nodig is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden van appellant afdoende heeft besproken en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was. De longproblematiek is betrokken bij de beoordeling en er is geen reden voor nader onderzoek. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies is toereikend. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.