ECLI:NL:CRVB:2012:BW4489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekening
Appellante ontvangt sinds november 2006 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een anonieme tip is onderzoek gedaan naar haar financiële situatie, waarbij is vastgesteld dat zij drie bankrekeningen had waarvan zij er één niet had gemeld. Op deze rekening bij de Rabobank zijn tussen mei 2008 en januari 2010 diverse kasstortingen gedaan die niet als inkomsten waren opgegeven.
Het college heeft daarop de bijstand herzien en de ten onrechte ontvangen bedragen teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de stortingen afkomstig waren van een vriend die de rekening beheerde en zij er zelf geen beschikking over had. Zij overhandigde e-mailcorrespondentie ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de rekening op naam van appellante staat en dat de stortingen daarom als middelen moeten worden aangemerkt. De aangeleverde e-mails waren onvoldoende objectief en verifieerbaar om het tegendeel aannemelijk te maken. Bovendien erkende appellante dat zij voordeel had gehad van de stortingen, bijvoorbeeld voor gezamenlijke boodschappen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand bevestigd.