ECLI:NL:CRVB:2012:BW4579

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/257 WWB en 12/258 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:84 AwbArt. 18 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep tot behandeling hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, waarbij een voorlopige voorziening was toegekend. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder d, van de Beroepswet, tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om het ingestelde hoger beroep te behandelen en beslist zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.A. Kooijman, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, en is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2012.

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden en het bestuursorgaan binnen zes weken schriftelijk verzet instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter.

Uitspraak

12/257 WWB en 12/258 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2011, 11/5267 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellanten], te Rotterdam (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 1 mei 2012
PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, waarbij met toepassing van artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening van appellanten.
OVERWEGINGEN
In artikel 18, tweede lid, aanhef en onder d, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad is derhalve kennelijk onbevoegd, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2012.
(get.) J.J.A. Kooijman.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
HD