ECLI:NL:CRVB:2012:BW4579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep tot behandeling hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, waarbij een voorlopige voorziening was toegekend. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder d, van de Beroepswet, tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om het ingestelde hoger beroep te behandelen en beslist zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.A. Kooijman, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, en is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2012.
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden en het bestuursorgaan binnen zes weken schriftelijk verzet instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter.