ECLI:NL:CRVB:2012:BW4658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op Ziektewetuitkering na geschiktheidsverklaring
Appellante was ziek gemeld sinds 28 november 2008 en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na medisch onderzoek werd zij bij besluit van 10 maart 2009 geschikt verklaard voor haar laatst verrichte arbeid als champignonplukster/schoonmaakster, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch vernietigde het besluit van het UWV en stelde vast dat appellante per 10 maart 2009 geen recht meer had op de Ziektewetuitkering. Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanwege haar medische beperkingen niet in staat was haar arbeid te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd is op een voldoende zorgvuldige en inzichtelijke medische onderbouwing. De door appellante overgelegde medische informatie in hoger beroep bracht geen ander oordeel mee. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante per 10 maart 2009 geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering wordt bevestigd.