ECLI:NL:CRVB:2012:BW4684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na hersteldverklaring door UWV
Appellant, werkzaam als project- of productiemedewerker, meldde zich ziek met pijnklachten en duizeligheid en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek concludeerde een verzekeringsarts dat appellant per 30 november 2009 weer geschikt was voor zijn eigen werk. Het UWV beëindigde daarop de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde en stelde dat zijn beperkingen ernstiger waren en aanvullend onafhankelijk onderzoek noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep toetste of appellant als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte per de datum in kwestie verhinderd was zijn eigen arbeid te verrichten.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts onder meer informatie bij de huisarts opvroeg en een arbeidsdeskundige inschakelde. De medische gegevens, inclusief aanvullende informatie van specialisten, toonden geen objectieve beperkingen die het werk belemmerden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer had op een Ziektewetuitkering vanaf 30 november 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf 30 november 2009 geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.