ECLI:NL:CRVB:2012:BW4817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens overschrijding termijn
Appellant ontving vanaf 19 september 2001 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het UWV weigerde meerdere malen de uitkering te verhogen, onder meer omdat de vijfjaarstermijn voor herziening volgens artikel 39a, eerste lid, van de WAO was verstreken op 19 september 2006.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen al voor die datum waren toegenomen, gesteund op medische informatie van een longarts uit 2011. Het UWV en de rechtbank oordeelden echter dat er geen objectieve medische gegevens waren die een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid aantoonde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De medische onderzoeken uit 2007 en 2008 toonden geen aanwijzingen voor een toename vóór 19 september 2006. De Raad vond dat de bezwaarverzekeringsarts het onderzoek adequaat had uitgevoerd en dat de medische informatie van de longarts geen bewijs leverde voor een eerdere verslechtering.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere beslissing van het UWV gehandhaafd, waarmee de herziening van de WAO-uitkering werd geweigerd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt geweigerd omdat de vijfjaarstermijn was verstreken en geen bewijs is voor een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid.