ECLI:NL:CRVB:2012:BW4820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken relevante toename beperkingen
Appellant was sinds 18 mei 2000 arbeidsongeschikt wegens rug- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken omdat hij toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2010 verzocht appellant opnieuw om een WAO-uitkering vanwege vermeerde beperkingen. Het UWV weigerde dit omdat uit onderzoek bleek dat er geen relevante toename van beperkingen was sinds de intrekking.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het oordeel van de verzekeringsartsen juist is. Het aangevoerde psychologisch rapport van B&L, waarop appellant zich baseert, bevat geen objectieve medische gegevens die het eerdere oordeel weerleggen.
De Raad benadrukt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid gebaseerd is op gedegen psychologisch onderzoek en dat er geen nieuwe medische feiten zijn die een andere conclusie rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toekenning van de WAO-uitkering bevestigd.