ECLI:NL:CRVB:2012:BW5085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellante ontving vanaf mei 2005 bijstand naast een WW-uitkering. In 2007 werd vastgesteld dat zij bijschrijvingen op haar bankafschriften had weggelakt. Tijdens gesprekken gaf zij aan thuiswerk te verrichten waarvan inkomsten niet waren gemeld. Het dagelijks bestuur herzag daarop de bijstand en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante de stortingen op haar bankrekening had moeten melden omdat deze relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Noch uit bankafschriften, noch uit haar verklaringen kon de herkomst van de stortingen worden vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de stortingen als inkomen moeten worden beschouwd en dat het dagelijks bestuur bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep tegen het latere besluit van 6 maart 2012 werd ongegrond verklaard. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en onjuiste terugvordering van bijstand.