ECLI:NL:CRVB:2012:BW5345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding en redelijke termijn in AWBZ-indicatiegeschil
Appellant voerde beroep aan tegen besluiten van het CIZ betreffende indicaties voor ondersteunende en activerende begeleiding en vorderde schadevergoeding wegens onder meer immateriële schade en het niet tijdig kunnen betalen van salarissen aan zorgverleners.
De Raad stelde vast dat de omvang van de geïndiceerde functies niet ter discussie stond en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor immateriële schade. De vordering tot vergoeding van immateriële schade werd daarom afgewezen. Voor de schade door het niet tijdig uitbetalen van salarissen aan zorgverleners kende de Raad vergoeding van wettelijke rente toe, omdat CIZ bereid was deze te betalen en de berekening daarvan niet was betwist.
Daarnaast werd een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden reeds een ruimere vergoeding had aangeboden. De Raad wees het overige verzoek tot schadevergoeding af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Vergoeding van wettelijke rente en een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend, overige schadevergoedingen afgewezen.