ECLI:NL:CRVB:2012:BW5346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens te late uitbetaling persoonsgebonden budgetten
Appellant was geïndiceerd voor verschillende vormen van begeleiding en ontving persoonsgebonden budgetten (pgb) over de jaren 2004 tot en met 2007. Na bezwaar en beroep werd de indicatie aangepast en het Zorgkantoor paste de pgb-bedragen aan. Appellant vorderde een nabetaling en aanvullende schadevergoeding wegens vertraging.
Het Zorgkantoor verleende een nabetaling en wettelijke rente vanaf 1 januari 2007, maar wees verdere schadevergoedingen en proceskostenvergoedingen af wegens het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand en omdat de wettelijke rente de enige toegestane vergoeding is volgens artikel 6:119 BW Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, overwegende dat het Zorgkantoor niet aansprakelijk is voor de vertraging en dat de wettelijke rente de enige schadevergoeding is die kan worden toegekend. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat er geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand. De Raad wees het verzoek om aanvullende schadevergoeding af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat alleen wettelijke rente toegekend wordt als schadevergoeding voor te late uitbetaling van pgb’s en wijst verdere schadevergoeding en proceskostenvergoeding af.