ECLI:NL:CRVB:2012:BW5436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen bijzondere bijstand
Appellant diende op 25 februari 2009 een aanvraag bijzondere bijstand in voor notariskosten. Na uitblijven van een besluit maakte hij bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het dagelijks bestuur niet voorafgaand aan het beroep schriftelijk in gebreke had gesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat dit onterecht was. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat sinds 1 oktober 2009 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van kracht is, waarbij een ingebrekestelling vereist is alvorens beroep kan worden ingesteld. Appellant had pas na het instellen van het beroep een ingebrekestelling overgelegd, waardoor het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad benadrukte dat het dagelijks bestuur nog steeds gehouden is om binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag bijzondere bijstand. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaande ingebrekestelling aan het bestuursorgaan.