ECLI:NL:CRVB:2012:BW5441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn PGB
Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van het zorgkantoor waarin het persoonsgebonden budget (PGB) over 2008 definitief werd vastgesteld en een bedrag werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.
Appellante voerde aan dat zij door een ziekenhuisopname en haar medische situatie niet tijdig beroep kon instellen. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen, omdat appellante niet had aangetoond dat zij gedurende de gehele beroepstermijn geen beroep kon indienen of hulp kon inroepen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de beroepstermijn van zes weken liep van 16 juni tot 27 juli 2010 en dat het beroepschrift pas op 9 augustus 2010 werd ingediend. Omdat de overschrijding niet verschoonbaar was, bleef het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor kon niet worden ingegaan op de inhoudelijke beroepsgronden.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De beslissing werd uitgesproken door R.M. van Male op 2 mei 2012.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.