ECLI:NL:CRVB:2012:BW5441

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-450 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn PGB

Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van het zorgkantoor waarin het persoonsgebonden budget (PGB) over 2008 definitief werd vastgesteld en een bedrag werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.

Appellante voerde aan dat zij door een ziekenhuisopname en haar medische situatie niet tijdig beroep kon instellen. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen, omdat appellante niet had aangetoond dat zij gedurende de gehele beroepstermijn geen beroep kon indienen of hulp kon inroepen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de beroepstermijn van zes weken liep van 16 juni tot 27 juli 2010 en dat het beroepschrift pas op 9 augustus 2010 werd ingediend. Omdat de overschrijding niet verschoonbaar was, bleef het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor kon niet worden ingegaan op de inhoudelijke beroepsgronden.

De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De beslissing werd uitgesproken door R.M. van Male op 2 mei 2012.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

11/450 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
23 december 2010, 10/3793 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Zorgkantoor 't Gooi (zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is ter behandeling aan de orde gesteld op 2 mei 2012. Partijen zijn met bericht niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 30 juni 2009 heeft het zorgkantoor het persoonsgebonden budget van appellante op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) over het jaar 2008 definitief vastgesteld op € 51.792,89, zodat een bedrag van € 2.390,13 van appellante wordt teruggevorderd.
1.2. Bij besluit van 15 juni 2010 heeft het zorgkantoor het bezwaar van appellante tegen het besluit van 30 juni 2009 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift van appellante niet binnen de wettelijke gestelde termijn is ontvangen. Voorts is geen sprake van een verschoonbare reden voor de overschrijding van de bezwaartermijn.
1.3. Bij brief van 9 augustus 2010 heeft appellante beroep ingediend bij de rechtbank.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn zoals genoemd in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante heeft aangevoerd dat zij door een ziekenhuisopname van 26 juni 2010 tot en met 14 juli 2010 en haar medische situatie na afloop daarvan niet tijdig beroep heeft kunnen instellen. De rechtbank heeft geoordeeld dat hetgeen appellante heeft aangevoerd onvoldoende grondslag bevat voor het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest. De beroepstermijn, die afliep op 27 juli 2010, is met de indiening van het beroepschrift, gedateerd op 9 augustus 2010 en ontvangen op 12 augustus 2010, overschreden.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt, evenals de rechtbank, vast dat het beroepschrift van appellante niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Awb genoemde termijn is ingediend. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb ving de termijn voor het indienen van beroepschrift in dit geval aan op 16 juni 2010 en eindigde deze op 27 juli 2010.
4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is te achten. In dit verband wordt verwezen naar de overwegingen van de rechtbank. Daaraan wordt toegevoegd dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante ten tijde van belang in verband met haar beperkingen in het ziekenhuis is opgenomen. Appellante heeft echter niet aangetoond dat zij gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken door de ziekenhuisopname van 27 juni 2010 tot 14 juli 2010 geen beroepschrift heeft kunnen indienen of de hulp van derden heeft kunnen inroepen. Het beroep is, gelet hierop, door de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden kan niet worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden van appellante dat zij het gehele persoongebonden budget aan zorg heeft besteed en dat zij niet kan terugbetalen gelet op haar minimum uitkering.
4.3. Gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2012.
(get.) R.M. van Male.
(get.) V.C. Hartkamp.
HD