ECLI:NL:CRVB:2012:BW5656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten
Appellante ontvangt sinds 1982 bijstand en werd na een anonieme melding onderzocht door de gemeente Haarlem wegens vermoedelijke niet gemelde werkzaamheden en inkomsten. Uit het onderzoek bleek dat zij werkzaamheden verrichtte voor een tandarts en voor een gezin ([B.]) waarvoor zij niet had gemeld dat zij inkomsten ontving. Het college herzag de bijstand over de periode 2000-2009 en vorderde een bedrag van ruim €17.000 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Appellante voerde aan dat haar werkzaamheden niet als werk konden worden beschouwd en dat zij haar verklaring niet kon vasthouden wegens emotionele omstandigheden tijdens het verhoor. De Raad volgde dit niet en hechtte waarde aan de ondertekende verklaring en de verklaringen van [B.].
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van appellante op geld waardeerbare arbeid waren en dat zij daarvoor een vergoeding in geld en natura ontving. Appellante had deze inkomsten moeten melden, wat zij naliet, waardoor zij haar wettelijke inlichtingenplicht schond. Het college mocht op basis van de onderzoeksgegevens de inkomsten schatten op €25 per week, wat als redelijk werd beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten.