ECLI:NL:CRVB:2012:BW5842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening en terugvordering toeslag en boete
Appellant ontving toeslag op grond van de Toeslagenwet als aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag en verlaagde de toeslag over bepaalde periodes en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Tevens legde het Uwv een boete op wegens het niet voldoen aan de mededelingsverplichting.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij hij aanvoerde dat hij de besluiten pas na terugkomst van een verblijf in het buitenland had ontvangen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de besluiten van 15 september 2009 niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding, omdat appellant had moeten zorgen voor afhandeling van zijn post tijdens afwezigheid.
In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de rechtbank terecht ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar had getoetst en dat er geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad vernietigde de eerdere beslissing op bezwaar voor zover deze het bezwaar ontvankelijk had verklaard en bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten tot herziening en terugvordering van toeslag en opgelegde boete is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.